Rietland langs Het Meer 2013 o.i. inkt op papier 55 x 100 cm

Echt

Oktober. De rust keert terug in het land. Ik ben naar buiten gegaan om te tekenen, binnenkort zal het zo vochtig zijn dat de inkt nauwelijks droogt. Terug naar het landschap van mijn jeugd. Vroeger fietste ik van de gesloten wereld van bebouwing en bos naar de stuwwal, om dan naar beneden te stuiven, de bevrijding van het open landschap tegemoet. Overal dijken en water.

Tot in de jaren dertig was de polder een overloopgebied van de Waal. Veel van de plassen in het gebied zijn het gevolg van dijkdoorbraken. Wijs geworden werd, wanneer het te hoog kwam, water binnen gelaten om zo de dijken te sparen. Door het onderlopen was de polder lange tijd niet geschikt voor bewoning. Er waren hooilanden. Er werd klei en zand gewonnen. Wegen waren gezoomd met populieren. Vooral in de uiterwaarden en oude rivierlopen stonden die in bossen.
Het was een landschap zonder bijbedoeling, niet om mooi te zijn, niet om mensen te vermaken. Het was zichzelf. Echt.

Het Rijk wilde de Waal verleggen voor de achtbaks duwvaart. Nijmegen had het plan er flats neer te zetten. De commissie Luteijn adviseerde er voor waterberging weer een overloopgebied van maken, met nieuwe dijken om de bebouwing. Met man en macht voor huis en haard! De Ooij moet blijven!
Nu kapt en graaft Staatsbosbeheer. Nou, vooruit, dan hun parken maar. Het kan erger. En, er zijn nog steeds stukken waar iedereen van af gebleven is.

Vanuit het riet kijk ik het oneindige in.