Recencies

Over het werk

Puur

Palet
Palet

Frank Dekkers (1961) is een schilder die zich in zijn landschappen toelegt op het water, meer in het bijzonder de rivieren. Ook in zijn tekeningen legt hij het rivierenlandschap vast, de uiterwaarden, het riet, de oevers en hun begroeiing. Hij doet dat, zoals blijkt uit het schitterend vormgegeven boek ‘Aan de rivier’, met een aanstekelijke directheid en met minimale middelen, waarmee hij een verbluffend expressieve indruk geeft van het landschap. De zesendertig tekeningen geven blijk van een eigen beeldhandschrift.

Vijf dichters hebben bij dit werk een reeksje van telkens vier gedichten geschreven. Ze sluiten goed aan bij wat er op de tekeningen te zien valt, of anders wel bij het waterthema.

Mark Boog is de filosoof onder deze dichters: “We volgen de rivier met onze blikken. Onveranderlijkheid in haar beweeglijkste, mooiste vorm, bewijs van ons gelijk.” Of, vergelijkbaar: “Niets verandert, omdat het stroomt.”

Lenze Bouwers doet ook zoiets: “Wie bij het water staat, stroomt in gedachten mee naar plaatsen waar” etc.

Chrétien Breukers brengt het water van de rivier in verband met de dood: “Drink voordat de tekenhand ons uit dit landschap gumt en onze dorst voorgoed onlesbaar wordt.”

De menselijke figuur ontbreekt trouwens bij Dekkers, zijn werk geeft landschap puur.

T. van Deel (Boekbespreking voor het NBD / Biblion, 2007)


Essentie

Frank Dekkers buiten aan het schilderen

Het werk van Frank Dekkers is prachtig elementair. Het is daardoor onmiddellijk herkenbaar en uniek. Het is dus ook niet te vergelijken met werk van wat voor leermeester dan ook. Hij reduceert het landschap tot zijn essentie. Hij schildert als een manier van ademhalen, zo essentieel. Landschap wordt tot horizon, boomprofielen, lucht, reliëf, aarde en water. Frank moet er niet aan denken net als Ruysdael elk blaadje te moeten schilderen. Een boom is iets wat tegen de lucht staat. Dezelfde boom kan dertig keer geschilderd worden en steeds weer anders zijn. Soms is het werk daardoor bijna abstract. Er blijft daardoor voor de kijker heel wat te doen. De suggestie is gewekt maar vraagt om afronding.

Het licht verandert, een zon gaat onder boven de Lek, een nevel trekt op boven een weiland in Langbroek, een sneeuwbui dreigt boven het Bergense meer, de dooi valt in in het Bergense bos, aan de overzij van de rivier valt een maartse bui. Frank voelt het weer. De beweging van de penseel legt de beweging in de tijd vast. De eindeloze golving van de branding wordt zo weergegeven. Jammer dat er geen vier schilderijen te maken zijn van een zonsondergang. Zodra de zon op het paneel staat, is het moment verstild. Maar de beweging is vastgelegd.

Het gaat om het landschap als belevingswereld en die is elke dag anders en moet tot zijn essentie worden teruggebracht. Passerende mevrouw: ‘Oh. U bent net begonnen?’ Frank Dekkers: ‘Nee mevrouw, het is net af!’

André Droogers (uit het openingswoord bij de tentoonstelling in galerie De Garage, Bergen, 1998)


Sfeer

Ezel in de wei

Het zijn vooral landschappen die Frank maakt: rivierlandschappen, veengebieden, bosgezichten, fors geschilderd, met brede streken neergezet, trefzeker. Soms, niet altijd, gaat het om ‘overgangen’: een landschap doorsneden door een rivier, een bosrand, op de grens van dag en nacht in ochtend- of avondlicht. Het geeft aan de beelden iets weemoedigs of iets spanningvols – ook wanneer de kleuren heel helder zijn. De landschappen zijn aan de ene kant als het ware tastbaar, grijpbaar, en visueel aanwezig. Maar hoe aards, hoe grijpbaar de natuur ook is, toch wordt anderzijds, dwars daar doorheen, in sterke mate een sfeer opgeroepen: een sfeer die zich niet makkelijk laat omschrijven, maar die ‘heerst’.

Akke Schutte (uit: Frank Dekkers, landschappen)


Zintuigen

Houtsnede op de etspers
Houtsnede op de etspers

In een spetterend werk uit 1998, getiteld ‘Ondergelopen land’, staat een rij bomen met de voeten in het water langs een rivierdijk. De uitgedijde rivier weerspiegelt de lucht en in de verte is aan de horizon nog een groep bomen zichtbaar. Het is een bijzondere dag, de zon schijnt en produceert een intense schittering. In het water weerkaatst het hele landschap waardoor een zinderende voorstelling tot leven wordt gewekt. ‘Ondergelopen land’ is zo’n magistrale weergave van een moment waarop het alledaagse heel even wordt aangeraakt door de verbluffende schoonheid van het toeval. Het landschap langs de dijk, ergens in Nederland, overstijgt zijn eigen aanwezigheid en groeit uit tot een fysieke, zintuiglijke ervaring.

Zo stel ik mij voor dat de beste werken van Frank Dekkers ontstaan tijdens een kortstondig samenvallen van een uniek moment, een buitengewone omgeving en een optimale weerbaarheid van creativiteit en zintuigen. De intensiteit van deze momenten resoneert niet alleen in kleur en vorm, maar ook in de dynamische beweging van de verf. Frank Dekkers lijkt tijdens dit schilderen te worden aangejaagd door de kortstondigheid van het moment dat hij wil vastleggen. Als geen ander weet hij dat het allermooiste vaak het kortste duurt en dat je eerder te laat bent dan op tijd.


Op een krib
Op een krib

Zijn werken komen allemaal, direct of indirect, tot stand in de buitenlucht. De tekeningen, panelen en aquarellen worden ter plaatse gemaakt, de doeken en houtsneden ontstaan in het atelier, als destillaten van de beelden die Frank Dekkers buiten in zich opgenomen heeft. Als een pionier trekt hij het land in, over sloten en door weilanden, om die plek te vinden waar hij zijn materiaal uitpakt en aan het werk gaat. Stof, pluis, regendruppels en af en toe een onfortuinlijke vlieg zijn de tastbare sporen van dit buitenschilderen die zich van tijd tot tijd nestelen in de verf.

Zo schilderend op kribben langs de rivier, aan bosranden of staand op een polderdijk vinden alle elementen in het landschap onbelemmerd hun weg naar het schilderij. Als een spons heeft het de omgeving in zich opgezogen. De rietkanten, bomen, weidevelden en oevers zijn niet alleen geschilderd, u kunt ze bijna ruiken, net als dat u de wind kunt horen terwijl de temperatuur van het schilderij voelbaar inwerkt op uw huid. Dit fysieke ondergaan van zijn werk vertelt het beste wat de schilder beweegt.

Rimme Rypkema (uit: Frank Dekkers, schilderijen en houtsneden)


Weinig

'In de winter op een krib

Het lijdt geen twijfel dat Dekkers’ grafische oeuvre (evenals zijn schilderkunst) een expressionistische inslag vertoont. Een bosgezicht dat in vlammend rood en oranje is opgezet, neemt alle twijfel weg, evenals het verzengende geel van een romantische zonsondergang of het zwart van een verzameling boomsilhouetten. Dekkers laat zich niet meeslepen door zoetgevooisde taferelen en overdadige kleurstellingen. De monumentaliteit van het landschap hangt niet samen met het grote formaat, maar heeft vooral te maken met het vermogen om met weinig middelen een krachtig beeld neer te zetten.

Wim van der Beek (Zwolse courant, 28-01-2002)


Overgave

De lithopers met steen
De lithopers met steen
 

Het is voor een ander nauwelijks te begrijpen hoe iemand met zo’n overgave in vaak afschuwelijke omstandigheden kan werken en er zich heel gelukkig bij voelt. Vrieskou, stromende regen, de wind die zijn ezel omgooit en altijd vervelende boeren die hun land opeisen. Die zijn overigens hetzelfde lot beschoren als eerder de docenten op de academie; niemand houdt Frank tegen.

Jeroen Hermkens (bij de opening van de expositie In Het Rosa Spier huis, Laren, 2004)


Grote halen

'Vallée des Chapieux

Grote halen, snel thuis, maar met een sterk aansprekende pure weergave waar je geïmponeerd naar blijft kijken. Misschien zou elke schilder een poos naakt in zijn ijskoude bergsneeuw moeten rondstappen. Het witte licht bewonderen tot hij er op het bot verkleumd in neer valt. Om in zijn of haar atelier met niets dan die ervaring helemaal opnieuw te beginnen.

Peter Tholen (Dorpsklanken, 22-02-2017)